Trajectcontrole verhoogt verkeersveiligheid, geen nieuwe vaste flitspalen meer op autosnelwegen in Vlaanderen

Trajectcontrolesystemen verhogen de verkeersveiligheid op de autosnelwegen. Dat blijkt uit een wetenschappelijke studie over het effect op het snelheidsgedrag en de verkeersveiligheid van trajectcontrolesystemen en losse snelheidscamera’s op de autosnelwegen. De studie werd op verzoek van Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Hilde Crevits uitgevoerd door de Universiteit van Hasselt. Trajectcontrole zorgt voor lagere snelheden en minder ongevallen. Snelheidscamera’s zorgen voor beduidend minder snelheidsovertredingen en een daling van de snelheid ter hoogte van de camera. Het ongevallenbeeld is uiteenlopend. Minister Crevits besliste begin deze legislatuur al om geen vaste snelheidscamera’s meer te plaatsen op autosnelwegen. De wetenschappelijke studie toont aan dat die keuze van de voorbije jaren voor trajectcontrolesystemen en om geen nieuwe vaste snelheidscamera’s meer te plaatsen op de autosnelwegen de juiste keuze is. In de toekomst worden er ook geen vaste flitspalen meer bij geplaatst.

Op de autosnelwegen in Vlaanderen gebeurt de handhaving door trajectcontrolesystemen en door snelheidscamera’s. Deze legislatuur is de keuze gemaakt om geen camera’s meer bij te plaatsen, maar te werken met trajectcontrole. Dat is het geval op de E17 op het viaduct van Gentbrugge in beide richtingen en op de E40 tussen Wetteren en Erpe Mere en tussen Erpe-Mere en Wetteren. Op dit moment staan er nog 28 snelheidscamera’s op 23 locaties.

Op vraag van Vlaams minister Crevits onderzocht de universiteit van Hasselt het wetenschappelijke effect van het snelheidsgedrag en de verkeersveiligheid van trajectcontrole en flitspalen.

Trajectcontrole zorgt voor lagere snelheden

De plaatsing van trajectcontrole heeft een duidelijk effect op de gereden snelheid. De snelheid op het traject daalde met gemiddeld 5 km per uur ten opzichte van de situatie voordien. Het aantal overtreders en zware overtreders daalde respectievelijk met gemiddeld 71% en 85%. De metingen geven ook aan dat het systeem leidt tot een veel gelijkmatiger snelheidsprofiel over een lange afstand, zeg maar een rustiger wegbeeld. Ook in de zone voor en na de trajectcontrole daalt de snelheid en het aantal overtredingen.

Effect van snelheidscamera’s op snelheidsgedrag

Op de plaatsen waar losse snelheidscamera’s staan, daalde de snelheid gemiddeld met 4 km/u en is er vooral een duidelijke daling ter hoogte van de camera. Ook het aantal overtredingen daalt met 53% en het aantal bestuurders dat meer dan 10% boven de toegelaten snelheid reed, daalt met 61%. Bij deze resultaten valt vooral het V-profiel op. Het V-profiel toont een sterke daling van de snelheid en het aantal overtreders ter hoogte van de camera, maar geen sterke verschillen op de locaties voor en na de flitspaal. Bestuurders remmen te vaak af voor de camera om daarna terug te versnellen naar hun oorspronkelijke snelheid. De resultaten voor Vlaanderen liggen in de lijn met de resultaten uit al beschikbaar internationaal onderzoek.

Effect van trajectcontrole op het aantal ongevallen

Om het effect op het aantal ongevallen te meten, is er analyse gedaan van het traject Wetteren-Erpe-Mere in beide richtingen op basis van gegevens tussen 2007 en 2013. De naperiode was met 9 maanden relatief kort. Toch zijn er al belangrijke indicaties. Op het traject daalt het aantal ongevallen met 26% : het aantal letselongevallen daalt met 31% en het aantal ongevallen met stoffelijke schade met 18%. Ook voor en na het traject Wetteren-Erpe Mere daalt het aantal letselgewonden. Het effect is dus ruimer dan de zone waar er effectief gecontroleerd wordt.

Effect van snelheidscamera’s op het aantal ongevallen

Om het effect op het aantal ongevallen bij snelheidscamera’s te onderzoeken werden ongevallendata van 2003 tot en met 2011 geselecteerd waarbij het onderscheid werd gemaakt tussen ongevallen met stoffelijke schade en letselongevallen.

Globaal genomen werd er over de gehele afstand van 1200m voor de camera tot 5000m voorbij de camera, een stijging gevonden van het aantal ongevallen met 22 %. Er is wel een belangrijk verschil : de stijging kan vooral toegeschreven worden aan de stijging in het aantal ongevallen met stoffelijke schade met 34%, de letselongevallen dalen met 8%.  Uit de resultaten blijkt dus een eerder ongunstig effect op de afstand voor, ter hoogte en na de camera. Een mogelijke oorzaak hiervan is mogelijk de reflex om plots te remmen voor de camera’s. Globaal daalt het aantal ongevallen met gewonden dus.

Aanbevelingen

Het rapport toont aan dat trajectcontrole een betere oplossing is op vlak van snelheid en verkeersveiligheid op autosnelwegen. Trajectcontroles hebben algemeen een gunstiger effect op het snelheidsverloop en tonen betere resultaten voor het effect op het aantal ongevallen. Door in te zetten op meer trajectcontroles en niet meer op het plaatsen van solitaire flitspalen kan worden gewerkt aan een veiliger verkeer op de snelwegen. Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare werken Hilde Crevits heeft de voorbije jaren die keuze gemaakt. De juiste keuze blijkt nu uit deze wetenschappelijke studie.

Daarnaast moeten de beslissingen tot de plaatsing van systemen voor snelheidshandhaving zich niet langer enkel baseren op informatie over ongevallen, maar ook op informatie over de gereden snelheden. Beiden zijn belangrijk. De onderzoekers stellen voor om daar in de toekomst rekening mee te houden bij verdere beslissingen tot de plaatsing van trajectcontrolesystemen.

Volgens de verkeersexperts is het evenwel belangrijk om niet meteen al de bestaande losse snelheidscamera’s weg te halen gezien de positieve effecten ervan wat de overtredingen en de letselongevallen betreft. Er zou ook een verkeerd signaal gegeven worden dat alles weer mag op de autosnelwegen. De laatste jaren is namelijk er een positieve tendens te zien in het aantal ongevallen op het snelwegennet en het is belangrijk om die tendens aan te houden.

Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Hilde Crevits : “Uit de studie blijkt dat vier huidige trajectcontroles op de autosnelwegen een positief effect hebben op de snelheid, het aantal (zware) overtreders en het aantal ongevallen. De studie bevestigt dat bestuurders in de buurt van flitspalen afremmen ter hoogte van de flitspaal, maar daarna hun oorspronkelijke snelheid terug aannemen. Ook blijkt dat er minder letselongevallen zijn, maar wel meer ongevallen met stoffelijke schade ter hoogte van de flitspaal, wellicht door het bruuske remmen. De keuze om stap per stap over te schakelen van losse flitspalen naar trajectcontrolesystemen, wordt hiermee wetenschappelijk onderschreven. De voorbije jaren zijn er geen flitspalen bijgeplaatst en ook in de toekomst zal dat niet gebeuren.”

Camera’s op gewestwegen verhogen verkeersveiligheid

Een uitgebreide analyse van de Universiteit Hasselt van 65 snelheidscamera’s verspreid over Vlaanderen toonde eind 2012 al aan dat het aantal zware ongevallen met doden of zwaargewonden met 29 procent daalt op plaatsen waar snelheidscamera’s staan op gewestwegen. Alle weggebruikers hebben er baat bij : automobilisten, bromfietsers, motorrijders, fietsers en voetgangers. De snelheidscamera’s op gewestwegen hebben dus zonder meer effect op de verkeersveiligheid.