Overslaan en naar de inhoud gaan

Geluid en trillingen

Het Agentschap Wegen en Verkeer probeert op verschillende manieren geluidshinder veroorzaakt door het wegverkeer te verminderen.

Op Europees niveau is de Europese richtlijn 2002/49/EG inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai van kracht. Naar aanleiding van de richtlijn worden elke 5 jaar geluidskaarten en de daaruit voortvloeiende actieplannen opgesteld

Wanneer nemen we geluidswerende maatregelen?

Nieuwe situaties - (her)aanleg van wegen

Bij de (her)aanleg van wegen volgen we de wettelijke stedenbouwkundige vergunningsprocedures. Het milieueffectrapport (MER) dat hier onderdeel van uitmaakt onderzoekt welke bijkomende geluidsmilderende maatregelen noodzakelijk zijn bij de (her)aanleg van een weg. Hierbij worden de bepalingen van het Richtlijnenboek Geluid en Trillingen gevolgd.

Bestaande situaties

Geluidsmilderende maatregelen kunnen onderzocht worden indien:

Voor deze woonzones investeren we in geluidswerende constructies als aan onderstaande voorwaarden voldaan is:

  • Er kan een wooncluster van minstens 5 woningen gevormd worden;
    • Een wooncluster is een groep woningen binnen de 100 m van de rand van de weg, die maximaal 30 m uit elkaar liggen en waarbij een overschrijding van de geluidseisen wordt berekend. Meerdere woonclusters kunnen gegroepeerd worden indien de woningen onderling maximaal 70 m van elkaar verwijderd zijn of het begin of einde van een scherm een woning of nieuwe wooncluster virtueel kruist.

  • Er worden minimum vijf woningen in de wooncluster blootgesteld aan een geluidsniveau LAeq,dag groter dan 60 dB(A), waarvan minstens één woning blootgesteld wordt aan een geluidsniveau LAeq,dag groter dan 65 dB(A). 
  • We kunnen het geluidsniveau ter hoogte van alle woningen in de wooncluster laten dalen tot onder 60 dB(A) waarbij we voor de woningen die (daarenboven moet de efficiëntie per halve meter scherm meerhoogte minstens 1 dB(A) zijn):
    • tot 30 meter van de rand van de weg liggen, een geluidsreductie van minstens 12 dB(A) kunnen realiseren;
    • tot 50 meter van de rand van de weg liggen, een geluidsreductie van minstens 10 dB(A) kunnen realiseren.
  • Er moet voldoende ruimte zijn om de schermen fysiek te plaatsen waarbij bovendien de verkeersveiligheid gewaarborgd blijft. Om het geluidsniveau voldoende te kunnen doen dalen, mogen er bovendien geen onderbrekingen zijn in het geluidsscherm en moet het voldoende ver kunnen worden doorgetrokken (conform de 140°-regel). Locaties in de buurt van kruispunten komen daarom bijvoorbeeld niet in aanmerking.

Tot slot zet het Agentschap Wegen en Verkeer ook in op het aanleggen van stillere wegverhardingen waarvoor de “nota stille wegverhardingen” van kracht is. Zo geven we bij de (her)aanleg van wegen de voorkeur aan een stillere wegverharding. Die heeft een fijnere structuur en is daardoor stiller.

Hoe wordt geluidsoverlast gemeten?

Geluidsoverlast door wegverkeer kan worden vastgesteld door het uitvoeren van verschillende soorten geluidsmetingen. Wij kunnen verschillende metingen uitvoeren, we verdelen deze in 4 groepen:

  • Gevelbelastingsmetingen: Deze geluidsmetingen worden uitgevoerd ter hoogte van de meest belaste gevel van een woning in een woonzone die aan wegverkeerslawaai wordt blootgesteld. Deze meting geeft ons een idee van het geluidsklimaat in een woonzone.
  • CPX-metingen: Dit zijn geluidsmetingen waarbij het contactgeluid tussen band en wegoppervlak gemeten wordt door met een meetaanhangwagen over de weg te rijden. Deze meting leert ons iets over de luidheid van een wegverharding.
  • SPB/CPB-metingen: De Statistical Pass-by (SPB) of Controled Pass-by (CPB) methode is een meting van het geluid op een vaste positie langs de weg van een groot aantal voorbijrijdende (vracht)wagens. Deze meting leert ons iets over de luidheid van een wegverharding.
  • In-situ metingen: Dit zijn geluidsmetingen waarbij op het terrein de akoestische karakteristieken (absorptie en isolatie) van een geluidsscherm opgemeten worden. Deze metingen leren ons iets over de akoestische prestaties van een geluidsscherm in-situ.

Welke oplossingen zijn er?

Het Agentschap Wegen en Verkeer houdt zich niet enkel bezig met onderzoek naar geluidsoverlast door middel van metingen, studies en het begeleiden van onderzoek. Ook op het terrein zorgen we voor zichtbare maatregelen die de geluidsoverlast door wegverkeer beperken. Er bestaan 3 categorieën:

  • Maatregelen aan de bron: Zoals stille(re) wegverhardingen, snelheidsreductie, stille(re) banden, …
  • Maatregelen in de overdracht: Zoals geluidsschermen, gronddammen, …
  • Maatregelen bij de ontvanger: Zoals akoestische gevelisolatie, stille gevels, dove gevels, …

Samen met het departement Omgeving van de Vlaamse Overheid werkt het Agentschap Wegen en Verkeer mee aan de 5-jaarlijkse opmaak van de Vlaamse geluidskaarten en de daaruit voortvloeiende geluidsactieplannen.