Overslaan en naar de inhoud gaan

Verkeerslichten

Dagelijks maken honderdduizenden mensen (voetgangers, fietsers, openbaar vervoer en privaat gemotoriseerd verkeer) gebruik van onze wegen waarbij ze vaak verkeerslichtengeregelde kruispunten tegenkomen. Het Agentschap Wegen en Verkeer beheert ongeveer 1700 verkeerslichtengeregelde kruispunten in Vlaanderen.

Waar en wanneer worden verkeerslichten geplaatst?

Plaatsing

De beslissing om een kruispunt op een gewestweg uit te rusten met verkeerslichten wordt genomen op de Provinciale Commissie Verkeersveiligheid (PCV). In deze commissie zijn verschillende betrokken partijen vertegenwoordigd waaronder het AWV, De Lijn, de politie, de gemeente/stad, de provincie, het VIAS instituut... Het plaatsen van verkeerslichten wordt er afgewogen ten opzichte van alternatieve oplossingen zoals het aanleggen van een rotonde waarbij onder meer rekening gehouden wordt met de ligging van het kruispunt (binnen of buiten de bebouwde kom), de veiligheid en de doorstroming van de diverse vervoersmodi, de snelheid van het gemotoriseerd verkeer, het aantal ongevallen en de aard van de ongevallen, gemeten verkeersintensiteiten en de aard van de verkeersdeelnemers op de betreffende locatie.

Slimme verkeerslichten?

Met slimme verkeerslichten wordt bedoeld dat de verkeerslichtenregelingen, aan de hand van informatie van detectoren op het kruispunt, flexibel inspelen op de diverse weggebruikers die zich op dat moment aandienen op het kruispunt. Op die manier kunnen o.a. groenfases verlengd worden zolang detectoren regelmatig een voertuig ‘zien’ naderen, en sommige groenfases overgeslagen worden als er op dat moment geen voertuig is dat behoefte heeft aan zo’n groenfase. De meeste kruispunten in Vlaanderen zijn reeds uitgerust met dergelijke ‘slimme’ verkeerslichten.

Detectoren

Voertuigafhankelijke regelingen veronderstellen dat op elk moment de aanwezigheid van weggebruikers kan worden gedetecteerd. Afhankelijk van de betrokken weggebruikers zijn er verschillende mogelijkheden om dit betrouwbaar te doen. Een detector kan twee grote rollen vervullen: een aanvraag tot groen registreren, of een verlenging van de groentijd bewerkstelligen.

  • Voor voetgangers kan de groenfase verlengd worden door een radar-detector. De bekende drukknop is de standaard om een aanvraag tot groen te detecteren. In bepaalde situaties kan hier ook de variant voorzien zijn die een geluidssignaal voorziet voor voetgangers met een visuele beperking. Er moet dan geen echte knop worden ingedrukt: het is voldoende om een wit symbool aan te raken.
  • Voor fietsers zijn er meer mogelijkheden tot detectie, maar de drukknop is net zoals bij voetgangers de meest gebruikte manier om een aanvraag te registreren. De drukknop voor fietsers is echter vaak niet dezelfde als die voor voetgangers. Omdat zowel de noden als de wettelijke bepalingen voor fietsers en voetgangers anders zijn, is het belangrijk om op de juiste drukknop te drukken. Zo hebben voetgangers vaak meer tijd nodig om veilig over te steken. Voetgangersdrukknoppen zijn georiënteerd naar de wachtende voetgangers, en fietsersdrukknoppen naar de wachtende fietsers. Op enkele kruispunten testen we de automatische detectie van fietsers, zo moet er niet meer op een knop gedrukt worden.
  • Het openbaar vervoer wordt op een speciale manier gedetecteerd. Bussen en trams van De Lijn zijn uitgerust met apparatuur die de installatie duiden op hun aanwezigheid en hun lijnnummer, vaak honderden meters voor ze aan het kruispunt zelf aankomen. Op die manier kunnen ze de verkeerslichten beïnvloeden en kan er prioriteit gegeven worden aan openbaar vervoer.
  • Voor het overige gemotoriseerd verkeer wordt standaard gebruik gemaakt van inductieve lussen in het wegdek die door middel van een magnetisch veld een voertuig kunnen detecteren. Deze lussen kunnen zowel voor aanvraag als verlenging van de groentijd worden gebruikt. Hier kunnen ook radars gebruikt worden om de groentijd te verlengen.

Tips en tricks

PUSH IT (drukknoppen dienen om op te drukken)

Om een weggebruiker nooit voor niets voor rood te laten staan dient duidelijk te zijn welk verkeerslicht groen moet worden. Voor fietsers en voetgangers worden hiervoor meestal drukknoppen voorzien. In een aantal gevallen blijft het verkeerslicht voor fietsers of voetgangers rood als de (juiste) drukknop niet gebruikt werd.

Verdwijnt het groen, wat moet ik dan doen? (ontruimingstijd voetgangers)

Een voetganger ziet het voetgangerslicht aan de overkant van de voetgangersoversteek. Vaak ziet men dit voetgangerslicht tijdens de oversteekbeweging al rood worden. Dit betekent enkel dat men niet meer mag beginnen met oversteken. Dan is er altijd nog voldoende tijd voorzien zodat je als voetganger de oversteek kan voltooien, voordat de voertuigen groen krijgen. Bij kruispunten met een middenberm is er op de middenberm een rustpunt voorzien voor de voetgangers.

Rij door tot vanvoor!

Vaak wordt een aanvraag tot groen van voertuigen pas gedetecteerd op enkele meters vóór de stopstreep. Het is dus van belang dat het eerste voertuig tot vlak aan de stopstreep rijdt en niet op grotere afstand van de stopstreep wacht op het groene licht.

Hiaattijden

De minimale groentijd is te kort om veel verkeer af te wikkelen. De detectoren zorgen ervoor dat de groentijden verlengd kunnen worden afhankelijk van het aanwezige verkeer. Wanneer een detector een tijdje geen verkeer ‘ziet’, gaat deze ervan uit dat er geen verkeer meer nadert en kan overgegaan worden naar groen voor een andere richting. Op een veilige manier aansluiten is de boodschap.

Verkeerslichtenspel

Auto’s, fietsers, voetgangers, ... iedereen wil graag snel en veilig naar zijn bestemming. Maar we zijn met steeds meer in het verkeer, en de wegen worden steeds complexer. Slaag jij erin om de lichten zodanig te bedienen dat iedereen veilig en vlot het kruispunt kan verlaten?

Speel het spel!