Overslaan en naar de inhoud gaan

Tunnelveiligheid

Tunnelmanagement

Onze tunnels staan onder toezicht van de tunneloperator. Door zelf een veilige rijstijl te hanteren zorgen we samen voor veilige tunnels.

De tunneloperator kan ingrijpen in geval van nood, hij is er voor jou!

  • Hij kan je zien via camerabewaking.
  • Via de autoradio kan hij je instructies geven in geval van nood.
  • Je kan hem bereiken via de noodintercom.

Onze goede vriend Tony de Tunnel legt graag uit hoe we het samen veilig houden in onze tunnels. Zo toont ie wat veilig rijgedrag is, wat u moet doen bij een ongeval en hoe u moet reageren als het brand in een tunnel. Hou het veilig met de juiste tunnelreflex!

    Hoe houden we het samen veilig?

    • Respecteer de snelheidsbeperking
    • Hou afstand
    • Hou rekening met de maximale toegelaten hoogte
    • Ontsteek uw lichten
    • Camerabewaking voor het verkeer
    • Tunnelverlichting voor een geleidelijke overgang van het lichtniveau binnen en buiten de tunnel
    • Hulpposten op regelmatige afstand
    • In geval van nood blaast het ventilatiesysteem de rook uit de tunnel
    • Nooduitgangen

    Wat doe ik?

    Bij normaal verkeer

    • Stop nooit zomaar in een tunnel.
    • Ontsteek uw lichten.
    • Zet uw zonnebril af.
    • Zet uw radio aan.
    • Blijf op een veilige afstand van uw voorligger, ook in fileverkeer.

    Bij pech of ongevallen

    • Rijd indien mogelijk de tunnel uit. Is dit niet mogelijk, ga dan zo dicht mogelijk langs de tunnelwand staan.
    • Zet uw alarmknipperlichten aan.
    • Zet de motor af, laat de sleutel in het contact zitten en verlaat uw voertuig.
    • Bel om hulp bij voorkeur vanaf een hulppost (mobiele telefoons geven niet aan van waar u belt).
    • Verleen gewonden eerste hulp, als u kunt.

    Bij rook of brand

    • Zet uw alarmknipperlichten aan.

    Uw voertuig staat in brand

    • Rijd indien mogelijk de tunnel uit. Is dit niet mogelijk, ga dan zo dicht mogelijk langs de tunnelwand staan.
    • Zet de motor af, laat de sleutel in het contact zitten en verlaat onmiddellijk uw voertuig.
    • Bel om hulp bij voorkeur vanaf een hulppost (mobiele telefoons geven niet aan van waar u belt).
    • Breng uzelf en uw passagiers in veiligheid via de nooduitgangen.

    Een ander voertuig staat in brand

    • Blijf op een veilige afstand van uw voorligger en keer niet om. Zet uw voertuig zo dicht mogelijk langs de tunnelwand en laat de hulpdiensten vrije doorgang.
    • Zet de motor af, laat de sleutel in het contact zitten en verlaat onmiddellijk uw voertuig.
    • Bel om hulp bij voorkeur vanaf een hulppost (mobiele telefoons geven niet aan van waar u belt).
    • Breng uzelf en uw passagiers in veiligheid via de nooduitgangen en loop door tot u het verzamelpunt in open lucht bereikt
    • Verleen gewonden eerste hulp, indien mogelijk