Trajectcontrole

In juni 2012 is het eerste trajectcontrolesysteem in Vlaanderen in gebruik genomen. Het systeem staat op het viaduct van de E17 in Gentbrugge richting Kortrijk en meet de gemiddelde snelheid van voertuigen tussen twee vastgelegde punten. Met trajectcontrole moet de verkeersveiligheid op autosnelwegen verhogen. In maart 2013 zijn nog 3 andere trajecten in gebruik genomen: op het viaduct van de E17 in Gentbrugge richting Antwerpen en op de E40 tussen Erpe-Mere en Wetteren in beide rijrichtingen.

Trajectcontrole voor meer verkeersveiligheid

Om de verkeersveiligheid op de autosnelwegen te verhogen is in 2008 een programma voor de plaatsing van flitspalen vastgelegd, samen met de realisatie van een eerste proefproject trajectcontrole op de E17 ter hoogte van het viaduct van Gentbrugge over een afstand van 1,9 km. Op het vlak van ongevallen lagen de cijfers daar voldoende hoog om de installatie van het systeem te verantwoorden. Bovendien kon het proefproject op die locatie efficiënt beoordeeld worden.

Tot voor kort zette Vlaanderen in op individuele flitspalen voor onbemande snelheidscontroles, ook op snelwegen. Bestuurders kunnen daarbij jammer genoeg afremmen ter hoogte van de flitscamera om daarna weer te versnellen. Dat is niet optimaal voor de verkeersveiligheid. Onder andere daarom klonk de vraag voor een systeem waarbij de snelheid over een vooraf bepaald traject wordt gemeten, om zo een maximumsnelheid over een langere, vaste afstand te kunnen afdwingen. De gemiddelde snelheid waarmee het voertuig het hele traject aflegt, geldt als selectiecriterium om al dan niet over te gaan tot beboeting. Een dergelijk systeem voor snelheidscontrole is veiliger en het wordt als veel eerlijker gepercipieerd. Het zorgt ook voor een homogene verkeersstroom en een rustiger wegbeeld.

Werking trajectcontrolesysteem

Op het begin- en het eindpunt worden er foto’s gemaakt. De foto’s van eenzelfde voertuig worden door het computersysteem aan de hand van nummerplaatherkenning gematcht.

Als blijkt dat de gemiddelde snelheid van het voertuig hoger ligt dan de toegelaten snelheid worden de gegevens van de overtreding naar de federale politie doorgestuurd. Het parket staat in voor de vervolging.

Naast het bepalen van de gemiddelde snelheid van een voertuig kan men met de installatie ook nog geseinde voertuigen en pechstrookrijders detecteren. De nummerplaatherkenningssoftware kan niet alleen Belgische nummerplaten maar ook nummerplaten van alle omliggende landen herkennen.

Een trajectcontrolesysteem bestaat uit volgende onderdelen:

  • Lussen in de weg (in iedere rijstrook een paar bij begin en einde van het traject) die de voertuigen detecteren;
  • Een infraroodflits en een camera per rijstrook bij begin en einde van het traject voor het registreren van het kenteken van voertuigen;
  • Twee portieken of bruggen waarop alles gemonteerd is;
  • Een kast met elektronica voor het doorsturen van de gegevens;
  • Glasvezelnetwerk van de Vlaamse overheid waarover de gegevens verzonden worden;
  • Verwerkingsservers om foto’s te matchen;
  • Verwerkingssoftware bij de federale politie.

Trajectcontrole zal de snelheidscamera’s nooit volledig kunnen vervangen. Op specifieke locaties (onder andere bochten in verkeerswisselaars, ringwegen met korte trajecten tussen opeenvolgende op- en afritten…) zijn trajectcontrolesystemen technisch niet mogelijk.

Proefproject Gentbrugge

Op weekdagen rijden er 60.000 voertuigen over het viaduct van Gentbrugge op de E17 in de richting van Kortrijk. In het weekend zijn dat er gemiddeld 40.000. Op het viaduct geldt een snelheidsbeperking van 90 km per uur. Momenteel ligt het aantal overtreders gemiddeld rond de 600 per dag. 69% daarvan is van buitenlandse origine. Vóór de installatie van de trajectcontrole bedroeg het aantal overtredingen ongeveer 7000 per dag. De trajectcontrole mist er duidelijk haar effect niet. Tijdens het eerste jaar dat het trajectcontrolesysteem effectief is ingezet is daar geen enkel ongeval met gewonden gebeurd.

Er is een lange weg afgelegd vooraleer de trajectcontrole in gebruik kon worden genomen. In 2008 viel de beslissing en werd het bestek gepubliceerd. In 2009 werd de apparatuur geplaatst. Op dat moment was er nog geen Koninklijk Besluit, waardoor de procedure voor het behalen van de modelgoedkeuring nog niet kon opgestart worden. Het KB verscheen uiteindelijk in het najaar 2010. Het behalen van de modelgoedkeuring vroeg de nodige tijd omdat het om de eerste goedkeuring ging van een dergelijk systeem en omdat er heel wat testen en overlegmomenten nodig waren met alle betrokken diensten.

Het systeem op het viaduct van de E17 in Gentbrugge is goed voor een investering van 800.000 euro. De plaatsing van de portieken en de ontwikkeling van de software is daarin inbegrepen.

Toekomst

Nieuwe trajecten worden altijd geselecteerd op basis van hun historiek inzake aantal en ernst van ongevallen in het verleden. De selectie gebeurt steeds in nauw overleg met de federale politie. Een randvoorwaarde blijft uiteraard dat het plaatsen van een trajectcontrole technisch haalbaar is op de voorgestelde locatie.

Op basis van de prioriteitenlijst zijn er in 2012 nog 3 bijkomende trajecten uitgerust met een trajectcontrole, namelijk op het viaduct van de E17 in Gentbrugge in de rijrichting Antwerpen en op de E40 tussen Wetteren en Erpe-Mere in beide rijrichtingen. Het traject op de E40 is 7,42 km lang. De bestaande bruggen zijn gebruikt voor de montage van de camera’s en flitsapparatuur, wat efficiënter en goedkoper is.