Gevaarlijke puntenproject Vlaanderen

Eind 2002 werd het project 'wegwerken van gevaarlijke punten en wegvakken in Vlaanderen' opgestart. Dat project voorzag om via een meerjarenprogramma met 500 miljoen euro, 809 gevaarlijke kruispunten aan te pakken. De financiële middelen om het project te kunnen realiseren werden ter beschikking gesteld via het FFEU.

Van de 809 oorspronkelijke gevaarlijke punten zijn er heden nog 53 lopende projecten.

Objectieve selectie van de lijst gevaarlijke punten

Op basis van de ongevallenstatistieken van telkens drie jaar (1997-1999, 1998-2000, 1999-2001) werden de gevaarlijke punten gedetecteerd. De ongevallenstatistieken worden uitgemiddeld over drie jaren om een representatieve aanduiding als 'gevaarlijk punt' of 'gevaarlijke zone' te kunnen rechtvaardigen. Om gericht de gevaarlijke punten en gevaarlijke zones aan te pakken werd de prioriteitswaarde bepaald aan de hand van volgende formule: P = (5 x Dodelijk slachtoffer ) + (3x Zwaargewond slachtoffer) + (1 x Licht gewond slachtoffer).

Een punt wordt gevaarlijk genoemd als op die plaats minstens 3 letselongevallen zijn gebeurd in drie jaar tijd en als minstens een score van 15 behaald wordt. Indien de ongevallen zich niet op één punt voordoen, maar over een bepaalde lengte spreken we van een gevaarlijke zone.

Standaardmethode en jaarprogramma zorgen voor snelle uitvoering

De Tijdelijke Vennootschap Veilig Verkeer Vlaanderen (TV3V) werd als partner geselecteerd en trad op als gedelegeerd bouwheer voor het "gevaarlijke puntenproject", in nauwe samenwerking met het Agentschap Wegen en Verkeer van de Vlaamse overheid. De lopende projecten worden door TV3V behandeld tot het einde van de fase waarin de projecten zich bevinden. Vervolgens worden ze voor verdere afhandeling overgedragen aan de territoriale afdelingen van het Agentschap Wegen en Verkeer.

Eerst ontwierp TV3V de Leidraad 'Veilig Verkeer Vlaanderen' met inbreng van de know-how en ervaring van het Agentschap Wegen en Verkeer. Die leidraad biedt uniforme typeoplossingen en een beslissingboom aan, vanuit de invalshoek verkeersveiligheid. Hierdoor moet niet meer voor elk project op projectniveau een nieuwe oplossing gezocht worden. Tijdens de projectbesprekingen wordt wel telkens gecontroleerd of de meest geschikte oplossing wordt gekozen en of de voorgestelde oplossing ingepast kan worden in de lokale randvoorwaarden en in de specifieke planningscontext.

De conceptoplossing wordt telkens voorgelegd aan de betreffende commissies: Provinciale Auditcommissie of de Provinciale Commissie voor Verkeersveiligheid. Hierin worden de conceptvoorstellen besproken met alle relevante bestuursniveaus en instanties, zoals gemeenten, de provincies, de lokale politie enz. Door die Commissies te betrekken bij de projecten, wordt de afstemming met de beleidsplannen van de verschillende instanties maximaal nagestreefd. Die werkwijze biedt ook een betere garantie op kwaliteit.