Geschiedenis

Hoe het allemaal begon...

Onze geschiedenis gaat terug naar een tijd waarin er nog sprake was van het Unitaire België. Het onderhoud van de wegen en het verzorgen van de winterdienst was de taak van het Ministerie van Openbare Werken. Wat het specifiek winterdienstmaterieel van toen betreft, kunnen we erg kort zijn: dat was er (nagenoeg) niet. Er was enkel een vrachtwagen met laadbak beschikbaar waarin een hoop calciumchloride werd geladen. Op de achterrand van de laadbak stond een toestel dat in de landbouw werd gebruikt om kunstmeststoffen te verspreiden. Het calciumchloride werd zuinig uitgestrooid via een horizontaal buisje dat snel van links naar rechts bewoog. Twee arbeiders die de ganse strooibeurt recht stonden in de laadbak, stortten het calciumchloride uit zakken van 50 kg in het toestel.

Evolutie in de gebruikte dooimiddelen

Calciumchloride is een agressieve stof voor de huid, ogen en luchtwegen maar toch werd het verkozen boven natriumchloride (zout) omdat die laatst genoemde stof snel samenklit onder invloed van vocht, hetgeen al te vaak voor verstopping van het strooibuisje zorgde. Wanneer later het specifiek winterdienstmaterieel in gebruik werd genomen, was het gevaar voor verstopping geen argument meer en werd dan ook snel overgegaan op natriumchloride als dooimiddel.

Van vrachtwagen naar 'echte' zoutstrooier

Samen met het toenemend wegverkeer steeg ook de aandacht voor een betere winterdienstregeling. In het begin van de jaren 70 van vorige eeuw werd het eerste specifiek winterdienstmaterieel aangekocht. De eerste zoutstrooiers hadden een bak met een laadvermogen van ongeveer 4 ton. Onderaan bevond zich een transportband die het zout op een draaiende schijf stortte om zo open gestrooid te worden op de weg. Ondanks de aanwezigheid van mechanische hendels voor dossering en spreiding kwam het er in de praktijk vaak op neer dat slechts twee standen functioneerden: alles of niets. Het volledige toestel werd aangedreven met een dieselmotor. Dat verliep natuurlijk niet zonder problemen bij het begin van de winter, nadat de wagen onaangeroerd was gebleven tijdens de zomermaanden. Een goede terugkoppeling tussen gebruiker en producent omtrent veel voorkomende gebreken zorgde ervoor dat de daarop volgende generaties zoutstrooiers systematisch verbeterd werden op hun zwakke punten. Zo werd de dieselmotor vervangen en werd de ganse mechanische overbrenging betrouwbaarder.

Een betere dosering

In het begin van de jaren '90 toen het Ministerie van Openbare Werken werd overgeheveld naar de gemeenschappen, was de invoering van het bevochtigd strooien (zout + pekel) een grote stap voorwaarts. Vooreerst zorgde de pekel voor een betere hechting van het zout met het wegdek waardoor de dooiwerking effectiever werd en dus de gestrooide hoeveelheden daalden. Door introductie van de elektronica in de dosering en spreiding werd ook een fijnere afstelling mogelijk.

Preventief én curatief strooien

Voor al het voorgaande geldt dat strooiacties vaak werden uitgevoerd wanneer het reeds glad was of als het al had gesneeuwd. Preventief strooien was eerder uitzonderlijk omdat een goede voorspelling van de wegdektoestand niet beschikbaar waren. Halfweg de jaren '90 van vorige eeuw kwam hier verandering in door de introductie van het gladheidmeetsysteem. Voorspelling van de wegdektoestand moet nu toelaten om een paar uur voor het glad wordt de strooiactie uit te voeren zodat de kans op ijzelvorming sterk afneemt.