Invasieve exoten

Wat zijn invasieve exoten?

Invasieve exoten zijn uitheemse plantensoorten die door menselijk toedoen, bijvoorbeeld transport, in onze natuur terecht zijn gekomen en de plaatselijke planten verdringen. Het zijn planten die quasi onuitroeibaar zijn. Om de verspreiding ervan tegen te gaan zijn er specifieke maatregelen per plant. In Vlaanderen zijn de Japanse duizendknoop en de Reuzenberenklauw plantensoorten die hier eigenlijk niet thuishoren.

 

De Japanse duizendknoop

Deze plant is afkomstig, zoals de naam het zelf zegt, uit Japan. Sinds de 19de eeuw kan je deze plant ook in Europa terugvinden. Deze plant werd vroeger aanzien als een gewone exotische tuinplant. De duizendknoop werd zelfs gebruikt voor decoratieve doeleinden.

Door de gemakkelijke vermenigvuldiging en de mogelijkheid om zich te vestigen op bijna alle bodemtypes, is de Japanse duizendknoop uitgegroeid tot een invasieve exoot.

Hoe kan je deze exoot herkennen?

De kruidachtige Japanse duizendknoop (en aanverwanten) groeit op elk type bodem en kan tot 4 meter hoog worden. Hij heeft stevige roodachtig gevlekte stengels, die aan de top buigen, en spitse bladeren op steeltjes. In de zomer draagt hij groen-witte bloempjes.

Met zijn lange en sterk vertakte ondergrondse wortelstokken kan hij schade veroorzaken aan funderingen, verhardingen en rioleringen. Als hij over een weg of een fietspad hangt, vormt hij ook een reëel gevaar voor de verkeersveiligheid.

Japanse duizendknoop
© Marijke Thoonen (INBO)

Wat moet je doen als je deze plant ziet?

Wanneer je de plant spot in de buurt van een gewestweg / autosnelweg verwittig je best het Agentschap Wegen en Verkeer. Dit kan via het contactformulier op de website of via Meldpunt Wegen. Zo kunnen wij het nodige doen om verdere verspreiding van deze plant te voorkomen.

 

Hoe pakt het Agentschap Wegen en Verkeer deze plant aan?

In eerste instantie is het belangrijk om te weten waar de plant voorkomt, vandaar dat we over een inventaris beschikken waarin de locaties opgelijst zijn. Aangezien de plant groeit en nieuwe planten kunnen ontstaan, kan u hier steeds aan bijdragen door het Agentschap Wegen en Verkeer op de hoogte te brengen. Dit kan via het meldpunt wegen.

 

In afwachting van efficiënte bestrijdingsmogelijkheden wordt algemeen, in samenspraak met het Agentschap voor Natuur en Bos, geopteerd om de bestaande plant te beheersen en uitbreiding van de plant te voorkomen.

 

Langs gewestwegen gaan we de Japanse duizendknoop afbakenen met palen en draad. Dit om te voorkomen dat we hier maaien. Door het maaien gaat de plant nog agressiever reageren en kunnen plantendelen verspreid worden. Hierdoor kunnen nieuwe planten ontstaan.

Enkel daar waar de duizendknoop de weggebruiker of aangelanden hindert (zichtbaarheid, overhangende takken over een weg of fietspad, perceelsgrens,…), wordt de duizendknoop (manueel) gemaaid.  

 

In uitzonderlijke gevallen wordt gekozen voor chemische bestrijding. Dit gebeurt dan conform de geldende regelgeving inzake het gebruik van pesticiden.

 

De Reuzenberenklauw

De eerste reuzenberenklauwen werden in de 19de eeuw vanuit de Kaukasus naar Europa gebracht. Zo verschenen deze planten in de Europese botanische tuinen. Deze plant heeft zich wel al buiten de tuinen weten te verwilderen door zijn massale zaadvorming die zeer lang kiemkrachtig kunnen zijn.

Hoe kan je deze plant herkennen?

De reuzenberenklauw kan je herkennen aan de dikke stengel, grote bladeren en witte, soms gele, bloemen. Het is een grote plant met bloemschermen.

Reuzenberenklauw
© ecopedia.be

Gevaarlijke plant

De berenklauw is geen plant om zonder enige bescherming aan te raken. In combinatie met de zon kunnen de sappen van deze plant zware brandwonden veroorzaken wanneer deze in aanraking komen met de huid. De wonden genezen zeer traag, bij contact met de ogen kan dit zelfs blindheid veroorzaken.

 

Wat moet je doen als je deze plant spot?

Raak de plant vooral niet aan. Hou afstand en breng het Agentschap Wegen en Verkeer op de hoogte. Dit kan via het meldpunt wegen

 

Hoe pakt het Agentschap Wegen en Verkeer deze plant aan?

In eerste instantie is het belangrijk om te weten waar de plant voorkomt, vandaar dat we over een inventaris beschikken waarin de locaties opgelijst zijn. Aangezien de plant groeit en nieuwe planten kunnen ontstaan, kan u hier steeds aan bijdragen door het Agentschap Wegen en Verkeer op de hoogte te brengen. Dit kan via het meldpunt wegen.

 

De plant wordt volledig verwijderd voordat ze in bloei komt. Dit kan zowel manueel als machinaal gebeuren. Het beste tijdstip hiervoor is  april – mei. Dit moet minstens 7 jaar volgehouden worden op de locatie van de plant, dit is de maximale duur van levensvatbaarheid van de resterende zaden, tot de soort volledig verdwenen is.

 

Wanneer de reuzenberenklauw pas ontdekt wordt in bloei (juli, augustus, september) moet vermeden worden dat de plant gaat uitzaaien. Dit doen we door vóór het verwijderen van de plant de zaadhoofden manueel af te snijden en in zakken te stoppen om uitzaaiing te vermijden.

Alle plantenresten moeten dan ook onmiddellijk worden verzameld en afgevoerd worden voor verwerking naar een composteerinstallatie.

 

Bij het maaien en uitsteken van de plant worden de nodige voorzorgen genomen zodat er geen contact is met het plantensap. Het dragen van waterdichte beschermende kledij, stevige handschoenen en een beschermende bril is noodzakelijk.