Wetgeving rond publiciteit langs gewest- en snelwegen

Het plaatsen van publiciteitsmiddelen op privaat domein langs gewest- en autosnelwegen is onderhevig aan strikte regelgevingen. U mag niet overal elk publiciteitsmiddel plaatsen.  We lijsten voor u op waar u rekening mee moet houden.


Publiciteit langs gewest- en autosnelwegen

Let op: het plaatsen van publiciteitsmiddelen op het domein van de gewestwegen is slechts in zeer bepaalde gevallen toegestaan en enkel mits het bekomen van een voorafgaande domeinvergunning van het Agentschap Wegen en Verkeer.

Verschil uithangbord en reclame

Een publiciteitsmiddel kan ofwel een reclamemiddel zijn ofwel een uithangbord. Gezien de regels kunnen verschillen naargelang het om een reclamemiddel of een uithangbord gaat, definiëren we deze begrippen eerst.

Een uithangbord maakt de economische verrichtingen inherent aan een bepaalde locatie kenbaar. Het uithangbord moet zich op de locatie bevinden waar de economische activiteiten plaatsvinden. Bovendien mag het publiciteitsmiddel geen zodanig grote afmetingen hebben dat het doel om de economische verrichtingen kenbaar te maken, overstegen wordt.

Reclame is elk ander publiciteitsmiddel dat niet als uithangbord aangeduid kan worden.

Stedenbouwkundige vergunningsplicht

Het plaatsen van een publiciteitsinrichting is stedenbouwkundig vergunningsplichtig. U dient dus voorafgaand aan de plaatsing een stedenbouwkundige vergunning aan te vragen bij de gemeente of stad waar het geplaatst zal worden.

Slechts enkele publiciteitsinrichtingen kunnen geplaatst worden zonder stedenbouwkundige vergunning, bv. een niet-lichtgevend uithangbord (geen reclame) dat maximaal 4m² groot is aan een gebouw .

Verkiezingsaffiches- en borden langs autosnel- en gewestwegen

Het Koninklijk Besluit van 14 december 1959 verbiedt publiciteit op vrijstaande constructies langs alle autosnelwegen en de meeste gewestwegen. Voor verkiezingspubliciteit wordt geen uitzondering gemaakt. Het Agentschap Wegen en Verkeer zal verkiezingspubliciteit, die zonder vergunning op het openbaar gewestdomein geplaatst wordt, verwijderen. De enigste uitzondering daarop zijn affiches aangebracht op dragers die door de gemeente geplaatst zijn, deze verkiezingspubliciteit zal het AWV laten staan.

Voor inlichtingen over de regels langs een welbepaalde gewestweg kan u terecht bij de regionale afdelingen.

Regelgeving waaraan een publiciteitsmiddel naast een gewestweg moet voldoen

Uw stedenbouwkundige vergunningsaanvraag kan niet goedgekeurd worden en uw publiciteitsmiddel naast een gewestweg is verboden wanneer het niet voldoet aan één of meerdere van volgende regelgevingen:

  • Het Koninklijk Besluit van 14 december 1959 betreffende het aanplakken en reclame maken (reclamewetgeving):

Publiciteitsmiddelen, herkenbaar vanaf beschermde toeristische verkeerswegen, herkenbaar vanaf beschermde niet-toeristische verkeerswegen en in beschermde landschappen zijn slechts toegelaten onder zéér strikte voorwaarden (afhankelijk van het statuut van de weg) die na te lezen zijn in de reclamewetgeving.

Om te weten of de gewestweg waarlangs u een publiciteitsmiddel wil plaatsen zo'n statuut heeft, contacteert u best het bevoegde district van AWV.

Slechts enkele soorten publiciteitsmiddelen zijn uitgezonderd van de reclamewetgeving, bv. uithangborden.

  • Het Rooilij​ndecreet van 8 mei 2009:

Publiciteitsinrichtingen vóór de rooilijn langs gewestwegen zijn verboden zonder toelating van AWV.

Uitzonderlijk geeft AWV de toelating om niet-verlichte uithangborden (geen reclame) vóór de rooilijn te plaatsen.  Dergelijke borden mogen samen 5m² groot zijn en maximaal 4m hoog zijn. Elk dossier wordt hierbij afzonderlijk beoordeeld

  • Het Rooilijnendecreet van 8 mei 2009:

Publiciteitsinrichtingen in de achteruitbouwstrook (vóór de bouwlijn) langs gewestwegen zijn verboden zonder toelating van AWV.

Uitzonderlijk geeft AWV in de achteruitbouwstrook de toelating voor niet-verlichte uithangborden (geen reclame) indien deze o.a. samen maximaal 5m² groot zijn en maximaal 4m hoog zijn. Elk dossier wordt hierbij afzonderlijk beoordeeld.

  • De Wegcode van 1 december 1975:
    • Verlichte of lichtgevende publiciteitsmiddelen met rode of groene tinten die zich binnen een afstand van 75 meter van een verkeerslicht, op minder dan 7 meter boven de grond bevinden, zijn verboden.
    • Verlichte of lichtgevende publiciteitsmiddelen die de bestuurders verblinden, zijn verboden.
    • Publiciteitsmiddelen die de bestuurders in dwaling brengen, die gedeeltelijk of volledig verkeersborden nabootsen, ermee verward kunnen worden of de doelmatigheid ervan verminderen, zijn verboden
  • Het Vlarem II van 1 juni 1995

De intensiteit van lichtpubliciteit mag deze van de openbare verlichting niet overtreffen.

Regelgeving waaraan een publiciteitsmiddel naast een autosnelweg moet voldoen

Uw stedenbouwkundige vergunningsaanvraag kan niet goedgekeurd worden en uw publiciteitsmiddel naast een autosnelweg is verboden wanneer het niet voldoet aan één of meerdere van volgende regelgevingen:

  • De Wet van 12 juli 1956 en het KB van 4 juni 1958:

Publiciteitsinrichtingen in de bouwvrije strook van 30m naast autosnelwegen zijn verboden.

  • Het Koninklijk Besluit van 14 december 1959 betreffende het aanplakken en reclame maken (reclamewetgeving):

Publiciteitsmiddelen herkenbaar vanaf autosnelwegen, zijnde beschermde toeristische verkeerswegen, zijn slechts toegelaten onder zéér strikte voorwaarden die na te lezen zijn in de reclamewetgeving.

Slechts enkele soorten publiciteitsmiddelen zijn uitgezonderd van de reclamewetgeving, bv. uithangborden.

Gezien publiciteitsinrichtingen in de bouwvrije strook van 30m naast de autosnelweg sowieso verboden zijn, dient deze wetgeving nagekeken te worden wanneer de publiciteit zich nog verder van de autosnelweg bevindt.

  • De Wegcode van 1 december 1975:
    • Verlichte of lichtgevende publiciteitsmiddelen die de bestuurders verblinden zijn verboden.
    • Publiciteitsmiddelen die de bestuurders in dwaling brengen, die gedeeltelijk of volledig verkeersborden nabootsen, ermee verward kunnen worden of de doelmatigheid ervan verminderen, zijn verboden.
  • Het Vlarem II van 1 juni 1995:

Lichtpubliciteit mag in intensiteit de normale intensiteit van de openbare verlichting niet overtreffen.

Bijkomende voorwaarden voor LED-schermen omwille van de verkeersveiligheid

Het is de bevoegdheid van AWV om te allen tijde het veilig en vlot verkeer op gewest- en autosnelwegen te waarborgen. Een té grote afleiding van de bestuurders moet vermeden worden om het veilig verkeer te waarborgen. Vrij programmeerbare, verlichte publiciteitsmiddelen (VPVP) zoals LED-schermen bezitten bepaalde kenmerken die door een verhoogde mentale belasting en een verhoogde visueel-cognitieve afleiding inwerken op het kijk- en rijgedrag van weggebruikers, waardoor er een merkelijk verhoogd risico op ongevallen bestaat. Daarom worden dergelijke publiciteitsmiddelen slechts toegelaten onder volgende voorwaarden (deze voorwaarden kunnen evolueren a.d.h.v. nieuwe inzichten door lopende studies):

  • Er mag slechts één VPVP van maximaal vijf m² groot op het perceel geplaatst worden, rechts van de rijrichting.
  • Het is verboden een VPVP te plaatsen op een gevaarlijke locatie die de volle aandacht van de weggebruikers vereist.
  • Het is verboden een VPVP te plaatsen op plaatsen waar reeds een grote hoeveelheid informatie aanwezig is.
  • Een VPVP mag niet op ooghoogte geplaatst worden. De onderkant van het scherm moet geplaatst worden op een minimumhoogte van twee meter boven het straatniveau.
  • Een VPVP mag niet parallel met de rijrichting staan. De opstellingshoek van het bord moet gelegen zijn tussen 60° en 90° ten opzichte van de as van de rijbaan (zie tekening in bijlage).
  • De eigenaar moet om de vijf jaar een kwaliteitscontrole van het VPVP uitvoeren. Een verslag van deze kwaliteitscontrole moet op verzoek van AWV voorgelegd kunnen worden.
  • Het luminantieniveau van het VPVP mag niet groter zijn dan dat van de omgeving. De helderheid van het VPVP moet automatisch aangepast worden in functie van het omgevingslicht (bv. via een meting per foto-elektrische cel). De technische fiche moet op de plaats van opstelling kunnen worden getoond.
  • Tussen 22u en 6u moet het VPVP uitgeschakeld zijn.
  • Uitzondering bij een handelszaak die gedurende deze uren open is, mag het VPVP gedurende de openingsuren, of vanaf één uur voor de opening tot één uur na de sluiting in werking blijven.
  • Er mogen geen bewegende, knipperende of flitsende boodschappen weergegeven worden.
  • De weergavetijd van eenzelfde boodschap op het VPVP moet minimaal 30 seconden zijn.
  • De overgangstijd van de ene boodschap naar een andere boodschap mag niet langer zijn dan twee seconden. In voorkomend geval moet de overgang gebeuren middels een zwart bord. Het is verboden de ene boodschap te laten overgaan in een andere boodschap door gebruik te maken van speciale effecten (bv. vervagen, in- en uitzoomen, sleepbewegingen).
  • Het is verboden boodschappen in reeksen weer te geven (bv. een boodschap gedurende 30 seconden en dan het vervolg erop in de volgende boodschap of een boodschap op één inrichting en het vervolg erop op een volgende inrichting).
  • Het is verboden boodschappen weer te geven die tot een realtime interactie aanzetten.
  • De boodschap mag niet te veel informatie bevatten. Het moet in één oogopslag duidelijk en begrijpelijk zijn wat de boodschap voorstelt.
  • Het VPVP mag in haar geheel niet misleiden en geen verwarring doen ontstaan (bv. het mag niet lijken op verkeersrelevante informatie).
  • Het is verboden boodschappen weer te geven die strijdig zijn met de openbare orde of die als aanstootgevend ervaren kunnen worden.
  • Het VPVP mag slechts één scherm bevatten en dit scherm mag niet artificieel opgesplitst worden in meerdere schermen (bv. het scherm wordt opgedeeld in verschillende kaders waar verschillende boodschappen op weergegeven worden).