Verkeerslichten op Vlaamse gewestwegen

Kruispunten komen voor in diverse vormen en maten. Er zijn verschillen in het aantal wegen dat samenkomt, de beschikbare ruimte en wegcapaciteit, verkeersdeelnemers, toegelaten snelheden, aantal rijstroken,… Het is dan ook logisch dat de regeling van de verkeerslichten op een kruispunt zo goed mogelijk dient afgestemd te worden op de plaatselijke situatie en omstandigheden. Hierdoor zijn de verkeerslichtenregelingen op de kruispunten in Vlaanderen allemaal verschillend. Bij het Agentschap Wegen en Verkeer proberen we immers voor elk kruispunt een zo optimaal mogelijke regeling te ontwerpen die het verkeer zo efficiënt en vloeiend mogelijk laat verlopen, met maximale aandacht voor de veiligheid van alle weggebruikers.

Wanneer een kruispunt voorzien is van verkeerslichten spreken we van een lichtengeregeld kruispunt. De verkeerslichten samen met de apparatuur die instaat voor het aansturen van de verkeerslichten, noemen we de verkeersregelinstallatie of VRI. De VRI bevat een verkeerslichtenregeling, die de aansturing van de verkeerslichten regelt. Deze verkeerslichtenregeling is samengesteld uit verschillende fasen waarbij een bepaalde combinatie van signaalgroepen gelijktijdig groen hebben. De cyclustijd is de tijd die nodig is voor de totale afwikkeling van alle fasen. Meestal is dit de tijd die verloopt tussen het opeenvolgend begin van het groen van een zelfde verkeerslicht.

Types verkeerslichtenregelingen

Er zijn verschillende types van verkeerslichtenregelingen.

  1. Regelingen waarbij elke groenfase even lang duurt, onafhankelijk van de vraag of er verkeer is of niet, worden starre regelingen genoemd. Aangezien elke groenfase altijd even lang duurt, kan dit type regeling niet dynamisch inspelen op het aanwezige verkeer.
  2. Als een regeling rekening kan houden met individuele voertuigen en de groentijd verlengd wordt wanneer zich veel voertuigen aanbieden, spreken we van een voertuigafhankelijke regeling. Vrijwel alle 1600 lichtengeregelde kruispunten op de gewestwegen in Vlaanderen zijn op deze manier geregeld. Een bijzondere vorm van voertuigafhankelijke regelingen zijn halfstarre regelingen, die een vaste cyclustijd hebben om een coördinatie tussen opeenvolgende lichten mogelijk te maken.
  3. Indien een regeling niet zozeer reageert op afzonderlijke voertuigen, maar op het totale verkeersproces op en rond het kruispunt, spreekt men van een verkeersafhankelijke regeling. Deze komen in Vlaanderen (en ook in Nederland) nauwelijks voor.

Detectoren

Het spreekt voor zich dat starre regelingen het makkelijkst te ontwerpen en uit te voeren zijn, maar dat ze vaak tekort schieten om het verkeer zo vlot mogelijk te laten verlopen. De andere types regelingen hebben informatie nodig om zich te kunnen aanpassen aan de hoeveelheid verkeer die zich aandient. Deze informatie wordt aangeleverd door detectoren op het kruispunt. De meest voorkomende types detectoren in Vlaanderen zijn inductieve lussen, radardetectoren en drukknoppen.

  • Een inductieve lus betreft een metalen kabel die in het wegdek wordt geplaatst. Aan de hand van de vervorming van het magnetisch veld boven die lus als een metalen object (een voertuig) aanwezig is, weet de VRI of er een voertuig aanwezig is op bepaalde plaatsen. Een speciaal type inductieve lus is de selectieve lus, die niet alleen de aanwezigheid van een voertuig detecteert maar ook gegevens van dat voertuig kan ontvangen. Deze selectieve lussen worden in Vlaanderen gebruikt om naderend openbaar vervoer op grote afstand te detecteren, om te weten welk lijnnummer het voertuig heeft en zodoende de juiste rechtdoor- of afslagrichting zo snel mogelijk groen te geven. Dit groen wordt vervolgens verlengd totdat het voertuig na de stopstreep over een andere selectieve lus rijdt.
  • Een radar detecteert beweging aan de hand van uitgezonden radargolven, die gereflecteerd worden door motorvoertuigen, fietsers of voetgangers. Door een specifiek doelbereik te selecteren zal de radar een bepaald oppervlak van de weg continu bekijken.
  • Met een drukknop kunnen wachtende voetgangers en fietsers zich laten registreren.

Aan de hand van de informatie van deze detectoren, kan beter bepaald worden welke richtingen groen moeten krijgen, hoe lang de optimale groentijd is voor elke richting en kunnen fases verlengd, afgebroken of overgeslagen worden.  

Nuttige links