Veelgestelde vragen

De verlichting op autosnelwegen wordt aangestuurd vanop afstand vanuit het Vlaams Tunnel- en Controlecentrum (VTC).

Dat Vlaams Tunnel- en Controlecentrum is 24/24u beschikbaar om storingen of schade aan installaties te centraliseren, te registreren en de noodzakelijke maatregelen te treffen om het defect onmiddellijk (voorlopig) te laten herstellen en de verlichting indien nodig op elk moment aan of uit te schakelen. Maar bij een normale werking, zonder tussenkomst van het VTC, volgt de schakeling van de verlichting een vast programma, waarbij zowel de aan- als uitschakeltijden dagelijks een beetje variëren, afhankelijk van de dag van het jaar en, in beperkte mate, de helderheid van de dag.

Lees meer over onze lichtvisie

Sinds 15 juli 2011 is de verlichting op autosnelwegen in drie categorieën verdeeld:

  • ofwel is er geen verlichting meer nodig;
  • ofwel is er permanent verlichting nodig zoals op ringwegen, op- en afrittencomplexen, op lokale specifieke situaties (bijvoorbeeld: opeenvolging van voelbare bochten en onderdoorgangen) en tussen de complexen die dichter dan 3 km van elkaar gelegen zijn;
  • ofwel wordt de verlichting dynamisch geschakeld, d.w.z. dat het al dan niet verlichten en het verlichtingsniveau worden aangepast aan de verkeerssituatie. Voorlopig gebeurt dit op basis van de historische gegevens over de verkeersintensiteiten en de snelheid op elke locatie. Op de wegvakken waar in het spitsuur de verkeersintensiteit hoog is of waar zich structurele file voordoet, wordt standaard verlichtingsinfrastructuur voorzien om dynamische aansturing van de verlichting mogelijk te maken.

Het dynamisch in- en uitschakelen van de verlichting op autosnelwegen gebeurt enkel binnen de schakeltijden die zijn vastgelegd door het vaste uurrooster van de Vlaamse overheid, rekening houdend met de dag van het jaar en met de gemeten hoeveelheid natuurlijk licht (zie: Hoe werkt de aansturing van openbare verlichting op autosnelwegen?).

De dynamische aansturing gebeurt op basis van de volgende vijf criteria:

  • als de verkeersintensiteit hoog is en/ of bij structurele file;
  • als de spitsstrook in gebruik is;
  • als er een calamiteit is, op verzoek van de politie;
  • als er wegenwerken zijn, op vraag van de bevoegde dienst;
  • bij extreme weersomstandigheden op verzoek van de federale wegpolitie en/of de weervoorspellingsdiensten.

Lees meer over onze lichtvisie

Na een eerste evaluatie heeft minister Crevits op 29 september 2011 beslist om, in afwachting van het helemaal op orde zetten van de markering en reflectoren op autosnelwegen, de verlichting te laten branden wanneer het KMI regen, mist of sneeuw voorspelt. De verlichting wordt dan aangeschakeld per provincie tot middernacht wanneer er een neerslag-voorspelling is voor de avond, en na 6u 's ochtends wanneer er een neerslag voorspeld wordt voor de ochtend.

De samenwerking met het KMI verloopt zeer goed, maar uiteraard betreft het een, zij het zeer goede, voorspelling en verloopt het schakelen per provincie. Zo komt het dat de verlichting al eens onterecht is ingeschakeld hoewel het op die bepaalde locatie niet regent, maar dat regen voor die bewuste provincie wel voorspeld was, of andersom.

Dit betreft een tijdelijke maatregel: het Agentschap Wegen en Verkeer maakt in 2012 volop werk van het plaatsen van de nodige reflectoren en het aanpassen van de markeringen zodat uiteindelijk terug naar het originele lichtplan kan worden overgegaan.

Lees meer over onze lichtvisie

Voor het aanbrengen van een voetgangersoversteekplaats (VOP) hanteert het Agentschap Wegen en Verkeer een dienstorder om de wenselijkheid en noodzaak van een aanvraag voor een VOP af te toetsen.

Een VOP geeft overstekende voetgangers immers voorrang op het verkeer op de gewestweg en dus een zekere juridische bescherming.

De belangrijkste uitgangspunten van het dienstorder zijn:

- Een VOP kan maar als de overstekende voetganger maar evenzeer de voetganger die op het punt staat om over te steken manifest in het straatbeeld aanwezig is en het gemotoriseerde verkeer zich voldoende rekenschap kan geven van zowel de VOP als van de overstekende voetganger.

- Een VOP dient - voornamelijk voor het gemotoriseerd verkeer – voldoende zichtbaar te zijn om geen verkeersonveilige oversteek te creëren.

- Een VOP die niet gelegen is aan een kruispunt dient met de nodige omzichtigheid geplaatst te worden en heeft tot doel om specifieke voetgangersstromen te kanaliseren.

- Indien er in de nabije omgeving een kruispunt aanwezig is, is het aanbevolen om de voetgangersoversteekplaats te voorzien ter hoogte van het kruispunt.

In elk geval moet de aanleg van een bijkomende voetgangersoversteek voldoen aan dit geldend dienstorder, waarbij inderdaad factoren zoals verkeerintensiteit en het aantal overstekende voetgangers een bepalend criterium zijn.

Nadat op basis van deze criteria een (formele) vraag tot voorzien van bijkomende voetgangersoversteek wordt overwogen, kan na het uitvoeren van de noodzakelijke tellingen de aanvraag worden geagendeerd op de Provinciale Commissie voor Verkeersveiligheid (PCV) die uiteindelijk hierin een beslissing neemt.

Op verschillende plaatsen langs Vlaamse autosnelwegen staan blauwe borden zonder tekst. Dat is geen vergissing. In noodsituaties ontpoppen deze borden zich tot een bewegwijzerde omleiding. Om de weggebruikers een goed alternatief te bieden bij zware verkeershinder op de autosnelweg, werd op verschillende plaatsen in Vlaanderen een systeem van 'calamiteitenroutes' uitgewerkt. Een calamiteitenroute is een soort omleidingsroute die enkel ingeschakeld wordt wanneer de autosnelweg gedeeltelijk of volledig wordt afgesloten, bijvoorbeeld na een zwaar ongeval.

Lees meer over calamiteitenroutes

Wanneer u 0800/12266 draait wordt u doorverbonden met de Vlaamse Wegentelefooncentrale van de provincie waarin u zich bevindt op het ogenblik van de oproep. Concreet betekent dit dat, wanneer u vanuit de provincie Limburg belt (ook al gaat het over een probleem in de provincie Antwerpen), u doorverbonden wordt met de afdeling Wegen en Verkeer te Hasselt.

Indien u echter via uw mobiel belt of buiten de kantooruren dan moet u via een keuzemenu aangeven in welke provincie de beschadigde weg ligt:

Heeft u een melding voor de provincie Antwerpen druk toets 1

Limburg druk toets 2

Oost Vlaanderen druk toets 3

Vlaams Brabant druk toets 4

West Vlaanderen druk toets 5

Via de website www.meldpuntwegen.be of www.meldpuntfietspaden.be kan u ook gebreken aan de weg- of fietspadeninfrastructuur melden.

Wilt u liever e-mailen? Stuur uw bericht naar de afdeling in de provincie waar de situatie zich voordoet:

• Antwerpen: wegen.antwerpen@vlaanderen.be

• Limburg: wegen.limburg@vlaanderen.be

• Oost-Vlaanderen: wegen.oostvlaanderen@vlaanderen.be

• Vlaams-Brabant: wegen.vlaamsbrabant@vlaanderen.be

• West-Vlaanderen: wegen.westvlaanderen@vlaanderen.be