Veelgestelde vragen

Voor projecten (bijv. infrastructuurprojecten) of plannen (bijv. Ruimtelijk Uitvoeringsplan) die gepland worden in of nabij Europese beschermingszones (Vogelrichtlijngebied en/of Habitatrichtlijngebied) moet een passende beoordeling worden opgemaakt. Het opzet van een passende beoordeling is sterk gelijklopend met het deel van een MER over fauna en flora.

De passende beoordeling beschrijft de betreffende Europese beschermingszone zoals ze is aangemeld aan Europa, de huidige kenmerken op basis van ecologisch veldwerk en de vereiste instandhoudingsdoelstellingen. Ook het project of plan wordt kort beschreven en ruimtelijk gesitueerd. Vervolgens worden de belangrijkste te verwachten effectgroepen bepaald (geluidsverstoring, verdroging, eutrofiëring, versnippering, …) en worden de effecten ingeschat en waar mogelijk gekwantificeerd. Als significante effecten worden verwacht, wordt gezocht naar gepaste milderende maatregelen of worden bijsturingen voor het project uitgewerkt in overleg met de opdrachtgever. Indien overblijvende negatieve effecten verwacht worden, worden alternatieve oplossingen onderzocht. Bij gebrek aan betere alternatieven worden compenserende maatregelen voorgesteld, na motivatie van het groot algemeen belang van het project zodat het ecologisch stand-stillprincipe kan worden waargemaakt.

Een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) is een plan waarmee de Vlaamse overheid in een bepaald gebied de bodembestemming vastlegt.

 

Als er voor een bepaald gebied een ruimtelijk uitvoeringsplan is opgemaakt en het werd definitief goedgekeurd door de Vlaamse regering, dan vervalt het gewestplan voor dat gebied.

Voor alle percelen in een bepaald gebied wordt zo heel duidelijk wat er mag komen en wat niet. Op basis van de stedenbouwkundige voorschriften, die zijn opgenomen in het RUP, kunnen stedenbouwkundige vergunningen afgeleverd worden. Een gewestelijke RUP draagt altijd bij aan de uitvoering van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Hierin geeft de Vlaamse overheid in grote lijnen aan hoe zij Vlaanderen ruimtelijk wil zien evolueren.

Een ruimtelijk structuurplan geeft een langetermijnvisie op de ruimtelijke ontwikkeling van een bepaald gebied. Het formuleert in grote lijnen een visie op het gebruik van de ruimte voor maatschappelijke functies zoals wonen, werken, recreatie, natuur, handel, landbouw, ...

Vlaanderen telt ongeveer 5400 km gewestwegen en 1500 km autosnelwegen. De 1700 werknemers van het Agentschap Wegen en Verkeer zijn verantwoordelijk voor de aanleg, het onderhoud en het optimaliseren van die gewest- en autosnelwegen. Het agentschap maakt deel uit van het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken van de Vlaamse overheid.

Indien u de wegbeheerder aansprakelijk acht voor een schadegeval kan u een schadevergoeding aanvragen.

Om aanspraak te kunnen maken op een schadevergoeding is het van groot belang dat u de nodige bewijzen kan voorleggen en een goed dossier samenstelt.

1. Samenstelling van een dossier: bewijzen verzamelen

U dient de omstandigheden die aanleiding gegeven hebben tot de schade te bewijzen en de schade zelf aan te tonen.

Dit doet u onder andere door zo snel mogelijk de politie te contacteren om vaststellingen ter plaatse te komen doen en een proces – verbaal ( PV ) op te stellen. De politie kan dan ook, indien nodig, maatregelen nemen voor het garanderen van de veiligheid van andere weggebruikers en de betrokkenen contacteren.

Indien dit niet mogelijk is, verzamelt u best zoveel mogelijk andere bewijsstukken waaruit de (ongevals)omstandigheden en de schade kunnen worden afgeleid.

Een goed samengesteld dossier bevat minstens volgende elementen : 

  • naam en adres van schadelijder
  • datum waarop de schade werd veroorzaakt
  • een zo exact mogelijke plaatsbeschrijving
  • een zo gedetailleerd mogelijke beschrijving van de vermoedelijke oorzaak van de schade
  • alle bewijsstukken ter staving van de (ongevals)omstandigheden : bv. kopie aangifte bij de politie, bewijs tussenkomst takeldienst, foto’s van de plaats van het ongeval, getuigenverklaring, …
  • alle bewijsstukken ter staving van de geleden schade :
    • voertuigschade : bv. merk type en nummerplaat van het voertuig, bestek of
    • factuur van de herstelling, foto’s van de schade, …
    • lichamelijke schade : bv. doktersattesten, facturen van ziekenhuis, overzicht van tussenkomst van de mutualiteit, …
    • kledijschade : bv. foto’s van de beschadigde kledij en aankoopbewijzen, …
    • schade aan de woning door werken : bv. voorafgaande plaatsbeschrijving, foto’s van de schade, …

2. Tot wie moet u zich richten?

De schadevergoeding dient aangevraagd te worden bij de juiste wegbeheerder, die uw dossier zal beoordelen.

Voor gemeentewegen is dat de gemeente.

Voor gewestwegen en autosnelwegen is dat het Agentschap Wegen en Verkeer.

Bij schade door wegenwerken kan u zich richten tot de wegbeheerder of rechtstreeks tot de betrokken aannemer.

Het is aangewezen dat u zich laat bijstaan door uw verzekeraar, die uw dossier zal samenstellen en een aanvraag tot schadevergoeding voor u zal indienen bij de juiste instantie. U kan uw schadevergoeding natuurlijk ook rechtstreeks bij de betrokken wegbeheerder of aannemer indienen. Het is dan wel belangrijk dat u uw dossier zo volledig mogelijk samenstelt met alle mogelijke bewijsstukken van de ongevalsomstandigheden en de schade ( zie punt 1 ).

3. Wie behandelt uw schadevordering?

Indien het Agentschap Wegen en Verkeer wegbeheerder is, zal de betrokken afdeling van het Agentschap Wegen en Verkeer ( afhankelijk van de plaats van het schadegeval ) een schadedossier opstarten en informatie verzamelen.

Bij voertuigschade zal er een expert worden aangesteld om de schade tegensprekelijk te begroten. Deze doet geen uitspraak over de aansprakelijkheid.

Daarna zal, op basis van een onderzoek van de concrete feitelijke omstandigheden en de beschikbare bewijsstukken, de juridische dienst een standpunt innemen en u hierover informeren.

 

Indien u, in het algemeen, schade aan het wegdek opmerkt, kan u dit steeds melden op www.meldpuntwegen.be

Voor het onderhoud van de wegverlichting langs gewestwegen doet het Agentschap Wegen en Verkeer een beroep op een aannemer. Elke vier maanden gaat de aannemer op pad om alle wegverlichting te controleren. Waar dat nodig is, worden de defecte lichtpunten hersteld.

Als tussen twee herstelrondes een lamp defect is, dan wordt in de meeste gevallen geen afzonderlijke interventie gedaan. Indien de veiligheid van de weggebruiker in het gedrang komt, gaan we uiteraard wel meteen tot de herstelling over. Indien u kapotte wegverlichting opmerkt, kan u dit melden op www.meldpuntwegen.be

Door de vrieskou lopen onze wegen meer schade op. De beschadigingen die na een vriesperiode opduiken, zijn meestal het gevolg van scheurtjes of andere gebreken in het wegdek die vollopen met dooiwater. Als het dan opnieuw gaat vriezen, zet het water uit en ontstaan er grotere oneffenheden of scheuren.

Het zijn in de eerste plaats onze wegentoezichters, die dagelijks op de baan zijn voor inspecties, die onze wegen en fietspaden controleren op schade. Bij winterweer zijn ze extra alert voor putten en scheuren in het wegdek. Daarnaast melden weggebruikers ons schade aan de weg. krijgen Deze meldingen worden doorgegeven aan onze wegentoezichters, zodat zij de situatie ter plaatse kunnen nagaan. De veiligheid van de weggebruiker is voor ons prioriteit. Zodra een wegentoezichter vaststelt dat de veiligheid in het gedrang komt, wordt de schade zo spoedig mogelijk hersteld. Tijdens de winter gaat het bijna altijd om tijdelijke herstellingen, aangezien grondige herstelwerken enkel mogelijk zijn bij positieve temperaturen en droog weer. Na elke winter wordt de schade geïnventariseerd en worden de beschadigde wegen en fietspaden zo snel mogelijk grondig hersteld. Indien u schade aan het wegdek opmerkt, kan u dit melden op www.meldpuntwegen.be

Als er een drukknop voor voetgangers op de verkeerslichteninstallatie zit, dan moet deze ingedrukt worden om zeker groen te krijgen. Het is dus niet omdat het (voor de voetganger) dwarsende verkeer moet stoppen, dat voetgangers automatisch groen krijgen. Onze verkeerslichten worden immers geregeld in functie van het aanwezige verkeer. Wanneer de drukknop niet ingedrukt wordt, betekent dit dat er geen voetgangers staan te wachten en dat het dus enkel voor het gemotoriseerde verkeer groen moet worden. Het licht staat zo minder lang op groen, zodat de tegengestelde richting weer vlugger terug groen kan krijgen.

Bovendien zijn onze verkeerslichten ook geregeld naar gelang het tijdstip van de dag. Zo kan het zijn dat op bepaalde uren van de dag, wanneer er meer dwarsend verkeer is, de voetganger toch automatisch mee groen krijgt, omdat het ook voor het overige wegverkeer langer groen moet blijven. Op andere, minder drukke momenten worden de voetgangerslichten wel via de drukknop geregeld, zodat de wachttijd voor het dwarsende verkeer enkel verhoogd wordt als er zich effectief een voetganger aanmeldt.

Om als voetganger zeker groen te krijgen, druk je dus gewoon best op de drukknop. Werkt de drukknop niet? Dit kun je melden via het Meldpunt Wegen.

De organisatie van de winterdienst op fietspaden is niet eenvoudig. Sinds enkele jaren wordt op fietspaden langs gewestwegen eerst sneeuw geruimd en vervolgens gestrooid. Deze methode van gladheidbestrijding heeft echter voldoende en zwaar verkeer nodig om het strooizout in de sneeuw of het ijs te walsen om een optimale werking van het strooizout tot stand te brengen. Fietsen zijn onvoldoende zwaar en ook de banden zijn niet breed, wat de werking van het zout bemoeilijkt en vertraagt.

Wij willen ons verontschuldigen voor het ongemak dat deze toestand veroorzaakt. In zware winteromstandigheden rekenen wij echter ook op uw begrip wanneer we niet alle paden onmiddellijk vrij krijgen.

Leer meer over onze winterdienst

Het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) heeft een winterpermanentie, die jaarlijks ingaat op de 3de maandag van oktober. Vanaf die datum zijn onze wegendistricten paraat om op te treden in geval van gladheid.

Wanneer de weersvoorspellingen en het gladheidsmeetsysteem van AWV kans op gladheid voorspellen worden inspecteurs uitgestuurd die de staat van de wegen in de betrokken districten controleren, ook gedurende de nacht. Wanneer de inspecteurs beginnende gladheid waarnemen worden onmiddellijk strooiacties opgestart.

Wanneer u een concrete vraag heeft of een specifieke locatie al dan niet gestrooid werd kan u deze vraag, samen met de reden van uw vraag, stellen via het meldpunt wegen: www.meldpuntwegen.be

Leer meer over onze winterdienst

Als gevolg van de lichtvisie die Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Hilde Crevits voorstelde is er vanaf 15 juli 2011 minder verlichting op de autosnelwegen in Vlaanderen. Concreet gaat het licht uit als het kan, en blijft het aan als het moet voor de verkeersveiligheid. Na de invoering van het lichtplan daalt het aantal verlichte wegvakken met bijna de helft. Het aantal permanent verlichte wegvakken stijgt licht. Lichten blijven onder meer permanent branden ter hoogte van de op- en afritten van de autosnelwegen, langs ringwegen en langs wegvakken tussen 2 op- en uitritten die minder dan 3 km van elkaar liggen. Een deel van de verlichting gaat uit en kan in bepaalde omstandigheden via dynamische sturing aangestoken worden. De lichtvervuiling neemt af en er wordt energie bespaard.

Lees meer over onze lichtvisie

Bij vaststelling van problemen met de staat van een gewestweg wordt er steeds nagegaan of de veiligheid van de weggebruiker in het gedrang komt. Als dat het geval is worden er tijdelijke herstellingen uitgevoerd om de veiligheid te garanderen. Daarna wordt de toestand van nabij opgevolgd en indien nodig, worden nieuwe maatregelen genomen

Er is regelmatig een algemene zwerfvuil-opruimbeurt langs gewest- en autosnelwegen. Fietspaden langs gewestwegen worden 4 tot 6 keer per jaar geborsteld. Mogelijk valt er desondanks toch soms zwerfvuil te bespeuren langs gewestwegen en op fietspaden langs deze wegen (o.a. afgevallen bladeren, kiezel, glas,...). Grotere en vaste obstakels die op de fietspaden/gewestwegen worden aangetroffen, worden meteen verwijderd.

Via sensibiliseringsacties probeert het Agentschap Wegen en Verkeer burgers er bewust van te maken om hun zwerfvuil naar de juiste locaties te brengen en dus niet op het openbaar domein te gooien.

Lees meer over zwerfvuil

Het maaien van de bermen langsheen de autosnel- en gewestwegen gebeurt reeds jaren conform het bermbesluit van 27 juni 1984. Dit bermbesluit verplicht openbare besturen om een ecologisch verantwoord beheer toe te passen op de bermen langs wegen en waterlopen in hun beheer. De enige toegestane afwijking hierop, die steevast uitgevoerd wordt, is het zogenoemde veiligheidsmaaien van de bermen (omwille van de zichtbaarheid en het vrijhouden van verkeerstekens en signalisatie).

Hierdoor vinden er langsheen de autosnel- en gewestwegen jaarlijks 3 grote maaibeurten plaats gedurende het seizoen nl. de veiligheidsmaaibeurt (voor 15 juni), de 1e algemene maaibeurt (na 15 juni en nadat minimum 1 maand verlopen is na de uitvoering van de veiligheidsmaaibeurt) en de 2e algemene maaibeurt (na 15 september). De effectieve uitvoeringsperiode van iedere maaibeurt kan jaarlijks verschillen (afhankelijk van o.a. de weersomstandigheden).

Het kort houden van (delen) van grasbermen langsheen de autosnel- en gewestwegen vereist de toepassing van een gazonbeheer op deze bermen en is niet conform het bermbesluit. Dit kan niet worden uitgevoerd.

Lees meer over ons ecologisch bermbeheer

Het Agentschap Wegen en Verkeer heeft op basis van de geluidskaarten een lijst samengesteld met de prioritaire woonzones in Vlaanderen.

Het plaatsen van geluidwerende schermen valt onder toepassing van het mobiliteitsconvenant. Dit betekent dat de aanlegkosten van schermen voor een gedeelte ten laste van de gemeente zijn. Het ondertekenen van deze verbintenis (Samenwerkingsovereenkomst IX van het BVR van 25/01/2013), in dit geval door uw gemeente/stad, is een essentiële voorwaarde alvorens er tot de plaatsing van geluidwerende schermen of gronddammen kan worden overgegaan.

Lees meer over het verminderen van geluidshinder

De hoogstammige lijnbomen langsheen de gewestwegen ondergaan elke 2 jaar een snoeibeurt. Dit betreft een begeleidingssnoei in de winter voor de jonge hoogstambomen of een onderhoudssnoei in de zomer voor de volwassen hoogstambomen. Op deze manier wordt vermeden dat takken te veel gaan doorhangen of dode takken afbreken. Bovendien blijft op deze manier de vrije doorrijhoogte (gabariet van de weg) behouden.

Gedurende de zomerperiode worden alle bomen visueel nagekeken op ernstige gebreken. Waar nodig, worden stappen ondernomen om gevaarlijke bomen te vellen. Tussentijdse interventies gebeuren in functie van de vaststellingen die onze wegentoezichters doen tijdens hun periodieke inspecties van het volledige gewestwegennet.

De beplante zones in de bermen langs de gewestwegen ondergaan, jaarlijks, een terugsnoei als dit voor de zichtbaarheid op de weg en op de kruispunten noodzakelijk is.

De sierbeplantingen in deze zones zijn eerder beperkt tot de bebouwde kommen en ondergaan jaarlijks een vaktechnische snoei volgens de vereisten van de groei van de soort, de variëteit en de afmetingen van het gewas of van het massief.

Het grootste gedeelte van de beplante zones betreft evenwel bosgoedzones (houtkanten). Op deze zones wordt, naast de hoger vermelde jaarlijkse zichtbaarheidssnoei, een hakhoutbeheer toegepast om dit bosgoed beheersbaar te houden in functie van de inplantingsplaats, de afstand tot de weg en tot de aangelanden, ....

Lees meer over het hakhoutbeheer

Het leegmaken van de afvalbakken ( minicontainers) langs carpoolparkings en parkings zonder uitbating langs autosnelwegen gebeurt op regelmatige basis. Zij worden 2 maal per week geledigd met een extra beurt per week in de maanden juni,juli,augustus en september. De parkings op autosnelwegen met uitbating (bv. tankstation) worden onderhouden door de concessiehouder.

De waterkolken langs gewest- en autosnelwegen worden 2 maal per jaar gereinigd. Indien de straatkolk oorzaak is voor wateroverlast met gevaar voor de weggebruiker, gaan wij over tot onmiddellijke reiniging.

De fietspaden langs gewestwegen worden 5 maal per jaar geborsteld worden met 2 extra veegbeurten voor de campagnes " lenteschoonmaak" ( periode april) en " op een proper fietspad terug naar school" ( periode augustus). Indien het vuil echter een gevaar betekent voor de fietser, wordt zo snel mogelijk overgegaan tot een plaatselijke veegbeurt.

Hiervoor bel je best naar de politie. Zij sturen onmiddellijk iemand ter plaatse.