Dooizouten

Het gebruik van strooimiddelen is dikwijls een omstreden thema. Gezien het winterklimaat in Vlaanderen (vrij vochtig, met vorst en dooi die elkaar regelmatig afwisselen) en rekening houdend met ons drukke verkeer wordt het gebruik van strooizout onvermijdelijk. Zout, meer specifiek een combinatie van NaCl (droog zout) en pekel, blijkt het meest efficiënte dooimiddel met veruit de beste prijs/kwaliteit verhouding.

Stroefmakende middelen zoals zand en steengruis doen het ijs niet smelten maar zorgen er alleen voor dat de sneeuw- of ijslaag berijdbaar blijft. Dat is enkel efficiënt als de sneeuw voldoende lang blijft liggen.

De huidige strooitechnieken laten toe de nadelige effecten voor het milieu tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Eén van die technieken is het bevochtigd strooien: er wordt een mengeling van droog zout en pekel gestrooid met als doel het zout beter aan de weg te doen kleven.

Bij het strooien wordt een onderscheid gemaakt tussen preventief strooien en curatief strooien:

  • een preventieve strooibeurt wordt uitgevoerd om gladheid te voorkomen in het geval van te verwachten aanvriezende mist of rijm, ijzelvorming of sneeuwval
  • een curatieve strooibeurt wordt uitgevoerd om tijdens een winterse bui of sneeuwval een quasi onmiddellijke smelting of het behoud van een losse laag te bekomen.

Het is belangrijk voldoende preventief te strooien vóór het glad wordt, dan vermijden we niet alleen ongevallen maar voorkomen we ook overmatig zoutgebruik. Gebeurt dat niet, dan moet telkens de sneeuwlaag, die al is vastgereden, opnieuw wegsmelten. Goede zoutstrooiwagens zijn hier erg belangrijk. Die kunnen bevochtigd strooien en zijn perfect afstelbaar naar strooihoeveelheid en strooibreedte.

Nadelige effecten

Door verstuiving komt bij het strooien van droog NaCl (keukenzout) 10% tot 20% rechtstreeks in de wegbermen terecht. Dat wordt verminderd tot een kleine 5% als we de methode van het bevochtigd strooien toepassen.
Het smeltwater voert daarna 95% van het sterk verdunde zout op het wegdek af naar de berm, de grachten of het afvoersysteem. De rest van het zout komt door het opspatten als een soort nevel in de berm terecht.

Door het verdunningseffect is de invloed van het strooizout op fauna en flora in beken en rivieren te verwaarlozen. Voor de bermen en de planten die erop staan blijft de toestand enigszins ongelukkig. Het wegenzout is nochtans niet de enige oorzaak van een slechte plantengroei. Uitlaatgassen, zure regen, bemesting, een te dichte bodem of beschadiging van de wortels: ze spelen allemaal hun rol.