Biocidenreductie

Gifvrij beheer van de infrastructuur

Doorheen de tijd is men vanwege het gebruiksgemak en de lage kostprijs steeds meer chemische bestrijdingsmiddelen of biociden gaan gebruiken tegen plagen, ziekten en onkruiden. Men staat echter zelden stil bij de schadelijke effecten van die producten voor het milieu en de volksgezondheid.

Chemische bestrijdingsmiddelen zijn slecht afbreekbaar. Wat betekent dat de gifstoffen zich opstapelen in het milieu en worden doorgegeven via de voedselketen. Intussen treffen we overal restanten van die bestrijdingsmiddelen aan: in de bodem, grondwater, rivieren en meren en in de lucht maar ook in voedingsmiddelen en drinkwaterreserves. Zo bereiken de gifstoffen ook ons lichaam. Er werden biociden teruggevonden in moedermelk, lichaamsvet, urine en bloed. Die zijn slecht voor onze gezondheid: ze veroorzaken kanker, verminderen de vruchtbaarheid, ze verstoren de ontwikkeling en de werking van ons zenuwstelsel, ons immuunsysteem en ons hormonale stelsel, veroorzaken allergieën, schade aan het erfelijk materiaal, ...

Kortom elk biocide is een gif. Het gebruik van bestrijdingsmiddelen moet daarom drastisch verminderen.

Hoe pakt de Vlaamse Overheid dit probleem aan ?

  • De voorbije decennia werd duidelijk dat biociden erg schadelijk zijn voor de volksgezondheid en het leefmilieu. Dat gaf aanleiding tot het ontstaan van een hele reeks Europese, Federale en Vlaamse wetgevingen.
  • Het Vlaamse Parlement besliste bovendien om vanaf 2004 het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen voor het beheer van openbare ruimten te verbieden; enkel diensten die kiezen voor een stapsgewijze afbouw van hun biocidengebruik kunnen het verbod nog even uitstellen
  • Ook andere landen zoals Nederland, Duitsland en Denemarken leveren grote inspanningen om het biocidengebruik te doen afnemen
  • De overheid streeft naar een vermindering van het gebruik van chemische bestrijding in alle sectoren: industrie, land- en tuinbouw, openbare diensten maar ook huisgezinnen.
  • Om het goede voorbeeld te geven, en om te bewijzen dat het wel degelijk zonder kan, bouwen de overheidsdiensten hun gebruik drastisch af.

Meer informatie over de aanpak van de Vlaamse Overheid en nuttige tips kan u vinden op www.zonderisgezonder.be.

Wat doet het Agentschap Wegen en Verkeer ?

Het Agentschap Wegen en Verkeer verbindt zich ertoe om uiterlijk tegen 2015 het nulgebruik te bereiken. Om dat doel te kunnen bereiken werd een reductieprogramma opgesteld, waarbij er elk jaar meer wegvakken onder alternatief, gifvrij beheer vallen. Dat betekent dat er meer kruidgroei getolereerd zal worden, maar ook dat er alternatieve bestrijdingsmethoden worden ingezet. Uiteraard primeert voor het Agentschap Wegen en Verkeer hierbij steeds de verkeersveiligheid.

Een integrale aanpak, waarbij zowel bij ontwerp, aanleg als beheer gedacht wordt aan alternatief onkruidbeheer is essentieel om die doelstelling te bereiken. Zo worden bijvoorbeeld extra veeg- en borstelbeurten ingezet, wat er meteen voor zorgt dat de weg schoner blijft.

Heel wat districten binnen het Agentschap Wegen en Verkeer zijn al op de goede weg, zij bewijzen dat omschakelen mogelijk is.

Een gevolg van de biocidenreductie is een "groener" straatbeeld. Wat wijst op een gifvrije omgeving. Iets dat onze gezondheid zeker ten goede komt.

Structurele maatregelen

"Waar geen onkruid kan groeien, hoeven we het ook niet te bestrijden."

In het kader van een integrale aanpak is het uiterst belangrijk dat vermeden wordt dat geschikte groeiplaatsen voor planten ontstaan. De kans op kruidgroei neemt toe door drie factoren:

  • De opstapeling van organisch materiaal (voedingsbodem);
  • De aanwezigheid van water;
  • Gebrek aan gebruik (verkeer)

In de eerste plaats moet er dus bij het ontwerp, de aanleg en het herstel van infrastructuur op gelet worden dat de mogelijkheden voor kruidgroei minimaal zijn. Anderzijds moet de bereikbaarheid voor machines voor alternatief beheer optimaal zijn.
Waar mogelijk kunnen ook bestaande verhardingen worden aangepast met het oog op een minimale kruidgroei. Werken uitvoeren volgens het 'Standaardbestek 250 voor de Wegenbouw' is een goede basis voor kwaliteit.

Voor het Agentschap Wegen en Verkeer blijken voegvullen en monoliet verharden succesvolle structurele maatregelen te zijn voor bestaande infrastructuur. Reeds verschillende districten passen die technieken toe.

strucmaatslecht


Enkele tips

  • Zorg voor een goede toegankelijkheid voor het beheer: hoeken van 45° of afrondingen in de boordstenen, moeilijk bereikbare inplantingen goed afdichten,...
  • Vermijd onnodige verhardingen en dimensioneer verhardingen correct.
  • Minimaliseer het aantal voegen en hou ze zo klein mogelijk: gebruik grote elementen en passtukken.
  • Vermijd oneffenheden en opstanden.
  • Gebruik bij aanleg schoon, schraal zand.
  • Pas ondergrondse infrastructuur (kabels/leidingen) zo in dat opbrekingen zo min mogelijk verstoring veroorzaken.
  • Minimaliseer het aantal obstakels (palen, borden,...) en pas ze zo goed mogelijk in.
  • Gebruik waar mogelijk groene alternatieven zoals grastegels en grindgazon.
  • Zorg voor doordachte groenaanleg.

Tolereren van kruidgroei

foto6tolererenOnkruiden zijn ongewenste planten of kruiden. Met andere woorden: planten die op een welbepaalde plaats niet gewenst zijn omdat ze een invloed hebben op de functionele, technische of beeldkwaliteit van de infrastructuur.

Zeker niet alle plantengroei is echter problematisch. Wanneer er geen gevaar bestaat voor beschadiging van de infrastructuur of voor de verkeersveiligheid, zou kruidgroei getolereerd kunnen worden. Dat vraagt echter een mentaliteitswijziging, zowel bij het personeel als bij de burger. Als we een vergaande reductie van de chemische bestrijdingsmiddelen willen bereiken is tolerantie van beperkte kruidgroei immers een belangrijke stap.

Omdat tolerantie een zeer ruim en subjectief begrip is, werden de beeldklassen ontwikkeld. Die laten toe om op een objectieve, kwantificeerbare manier te communiceren rond tolerantie van kruidgroei.


Een beoordeling op het terrein zal toelaten in te schatten of een bepaalde vegetatie zich kan ontwikkelen tot een problematisch stadium. Als er schade aan de verharding kan optreden of wanneer er onveilige verkeerssituaties kunnen ontstaan, is een ingreep noodzakelijk.

Een straatbeeld verkregen door chemisch onkruidbeheer, is een beeld waarbij de verharding altijd 'clean' is, omdat de groeiplaatsen van kruiden systematisch vergiftigd zijn met herbiciden. De consequentie van een alternatief beheer is een "groener" straatbeeld. Het vraagt wat tijd om dat te accepteren en te appreciëren, maar laten we niet uit het oog verliezen dat een schone weg een giftige weg is en dat een groene weg een weg vol leven is.

Alternatieve bestrijding

Wanneer kruidgroei tolereren geen optie is, dient in de eerste plaats voor een alternatieve bestrijding gekozen te worden. Alleen in probleemsituaties, waarvoor nog geen haalbare alternatieve oplossing bestaat, blijft chemisch beheer op middellange termijn nodig. We maken een opdeling in mechanische en thermische onkruidbestrijding.

Voor het Agentschap infrastructuur blijken borstelen en vegen de beste alternatieve methodes te zijn.

Uiteraard kunnen ook de alternatieve bestrijdingsmethoden het milieu belasten. Denk maar aan energie- en/of waterverbruik, uitstoot van broeikasgassen, verlies van metaaldeeltjes,.. .Toch is uit studies gebleken dat, gezien het verminderde gebruik van biociden, die aanpak globaal een positief effect heeft op het milieu.


TIP 

Op www.zonderisgezonder.be vindt u overzichtelijke lijsten van hinderlijke fauna en flora met beschrijving van de soort en aangepaste bestrijdingswijzen. Hiervoor klikt u door op 'milieuvriendelijke bestrijdingswijzer' en 'een oplossing voor uw probleem'.

Mechanische onkruidbestrijding

vegenWaar organisch materiaal zich opstapelt en vocht vasthoudt, ontstaat een ideale voedingsbodem voor kruidgroei. Verhardingen schoonhouden voorkomt kruidgroei (preventief). Dat gebeurt meestal met een veegmachine met zachte borstel, eventueel aangevuld met manueel veegwerk. Regelmatig onderhoud is hierbij belangrijk. Het extra vegen komt bovendien tegemoet aan de verwachtingen van burgers wat de netheid van de verharding betreft. Onderzoek in Nederlandse gemeenten toont aan dat burgers zich meer storen aan vuil dan aan kruidgroei.


Anderzijds kan er ook curatief worden opgetreden: door de schurende beweging van draaiende, stalen borstels wordt de kruidgroei bovengronds verwijderd. Behalve de kruidgroei wordt ook hier het vuil, en dus de voedingsbodem, weggeborsteld. Borstelen wordt best toegepast bij vochtig weer en is geschikt voor geringe tot zware onkruidgroei.


 TIP

Ga schoon de winter in met een borstelpartij.

Deze methode heeft ook nadelen:

  • De kruidgroei komt relatief snel terug uit wortels of zaad. Een frequentie van minimaal 5 borstelbeurten per jaar is noodzakelijk.
  • Borstelen is niet geschikt voor halfverhardingen of rondom kwetsbare obstakels.
  • Milieubelasting door afzetting van metalen van de borstels.
  • Een zekere slijtage van de verharding.
  • Thermische onkruidbestrijding
  • Heetwater-, schuim-, hete lucht, stoom- en brandermethoden vernietigen de planten door hitte, en putten bij herhaaldelijke toepassing de wortel uit. Die technieken blijken voorlopig minder geschikt te zijn voor het Agentschap Infrastructuur.

Gedoogde producten

Sinds 2004 wordt voor chemische onkruidbestrijding op wegen in beheer van het Agentschap Wegen en Verkeer gebruik gemaakt van een lijst van toegestane werkzame stoffen. De werkzame stoffen die nog toegestaan zijn in 2010 vindt u ook in de overzichtsfiche 'werkzame stoffen'. Er is tevens een lijst opgesteld met de toegestane handelsproducten binnen AWV. 
Verdere informatie over de herbiciden die op de markt zijn, vindt u op fytoweb. U kan met vragen over producten en gebruik ook steeds terecht bij de projectgroep natuurtechniek.

In 2010 mogen enkel systemische bladherbiciden op basis van de volgende werkzame stoffen gebruikt worden:

  • GLYFOSAAT
  • AMMONIUMGLUFOSINAAT
  • FLUROXYPYR

Producten met bijmenging van andere werkzame stoffen zijn niet toegestaan !!

Chemisch beheer

In extreme probleemsituaties kan men, als laatste redmiddel, teruggrijpen naar chemische bestrijding. We denken hierbij aan moeilijk bereikbare plaatsen of invasieve exoten zoals Amerikaanse vogelkers en Japanse duizendknoop.